EN 342

alt


EN 342
-
Beschermende kledij: kledingstukken en kledingensembles voor bescherming tegen koude



Deze norm valt in risicoklasse II van de richtlijn 89/686/EEG en legt de vereisten en testmethoden vast voor kledingstukken en kledingensembles (overall of tweedelig pak) voor bescherming tegen een koude omgeving (gekenmerkt door een combinatie van vochtigheid, wind en een luchttemperatuur lager dan -5 °C). Er wordt vanuit gegaan dat de kleding een bepaalde laagopbouw heeft en dat het gedragen wordt in combinatie met ‘standaard ondergoed type B’.

Naast het pictogram staan:

• Thermische isolatiewaarde (Clo-waarde)
• X-waarde: luchtdoorlaatbaarheid (klasse 1 tot 3, hoe hoger de klasse hoe meer winddicht.
• Y-waarde: waterdampweerstand (klasse 1 tot 3, hoe hoger de klasse, hoe minder weerstand, hoe comfortabeler dragen).

 

EN 1149

alt


EN 1149
-
Beschermende kledij ter voorkoming van elektrostatische oplading (explosie en brand)



Antistatische kledij wordt gebruikt om te voorkomen dat door elektrostatische oplading vonken ontstaan die brand of explosies kunnen veroorzaken. Kledij die aan deze norm voldoet, moet ook weerstand bieden tegen ontvlamming (EN 531 / EN 470-1) en valt in risicoklasse II van richtlijn 89/686/EEG.

EN 1149 bestaat uit verschillende delen waarvan de belangrijkste hier kort worden toegelicht:


EN 1149-1: Beschermende kledij – Elektrostatische eigenschappen – Deel 1: Oppervlakteweerstand

Het doek verliest de elektrostatische lading door geleiding. De geleiding wordt gemeten door twee concentrische elektroden te gebruiken:
- Homogene materialen moeten een oppervlakteweerstand hebben lager dan 510Ώ.
- Heterogene materialen (gecoat of gelamineerd) moeten aan één zijde tenminste aan deze eis voldoen.
- De niet-homogene materialen, waarin geleidende draden verwerkt zijn (koolstof of metaal), moeten een weerstand hebben lager dan 109 Ώ. 
De geleidende draden moeten in een raster van maximaal 10 mm x 10 mm liggen.

 
EN 1149-3: Beschermende kledij – Elektrostatische eigenschappen – Deel 3: Testmethoden voor het meten van ladingsverval.

Deze norm beschrijft meetmethoden voor het wegvloeien van elektrostatische ladingen aan de lucht. De methoden zijn van toepassing op alle materialen (homogene en niet-homogene) die bestaan uit vezels met oppervlaktegeleiding of kerngeleiding. Gemeten wordt de zogenaamde halfwaardetijd (t50 0.2 (=1- ER/Emax)).


EN 1149-5: Beschermende kledij – Elektrostatische eigenschappen – Deel 5: Productvereisten

Deze norm specificeert de vereisten voor elektrisch geleidende kledij:
 
- Geleidende elementen (drukknopen, ritsluitingen,...) moeten bedekt worden.
- Bestaat de kledij uit meerdere lagen dan moet de buitenlaag in staat zijn de geleidingen te verspreiden.
- Labels en reflecterende banden die nodig zijn voor de veiligheid moeten vast op de kledij bevestigd worden.
- In de gebruiksinstructie moet aangegeven worden dat gelet moet worden op de aarding van de drager (bv. met antistatisch schoeisel).

Door de komst van de overkoepelende norm EN 1149-5 zullen de normen EN 1149-1 en EN 1149-3 langzamerhand verdwijnen.

EN 471

alt

 
EN 471
-
Hoge zichtbaarheidskledij voor professioneel gebruik



EN 471 omvat de vereisten gesteld aan werkkledij met als doel de drager zowel in daglicht als kunstmatig licht visueel zichtbaarder te maken.  Deze vereisten hebben betrekking tot gebruikte materialen, kleur en graad van weerkaatsing. Bovendien zijn er ook specifieke voorschriften vastgelegd met betrekking tot de plaatsing van het fluorescerend en reflecterend materiaal (bv. de omsnoering van mouwen en broekspijpen). 

De fluorescerende achtergrond moet oranje, geel of rood zijn en de kleurcoördinaten en de luminantiefactor
moeten, voor en na belichting, binnen bepaalde grenzen vallen. Er worden bovendien eisen gesteld aan de diverse kleurechtheden van zowel de fluorescerende kleuren als de contrastkleuren. De X en de Y die bij het pictogram vermeld staan hebben betrekking op de klasse en de kwaliteit van het artikel.


Parameter X is op basis van de hoeveelheid gebruikte materialen in 3 klassen onderverdeeld:

- klasse 1:
-basismateriaal >0,14m2
-retroreflecterend materiaal >0,10m2
-of gecombineerd materiaal >0,20m2

- klasse 2:
-basismateriaal >0,5m2
-retroreflecterend materiaal >0,13m2

- klasse3:
-basismateriaal >0,8m2
-retroreflecterend materiaal >0,2m2


Parameter Y is onderverdeeld in 2 klassen en heeft betrekking op de kwaliteit van het reflecterend materiaal.

Wat betreft het ontwerp van EN 471-kledij gelden volgende voorschriften:

- Het basismateriaal moet de torso, armen en benen omsluiten. Voor en achterkant bestaan dus uit hetzelfde materiaal
- Retroreflecterende banden moeten ten minste 50mm breed zijn (30mm voor veiligheidsharnassen).
- Sluitingen mogen het basis of retroreflecterend materiaal met niet meer dan 50mm onderbreken.
- Het aantal en de positie van de retreflecterende stroken:

Overalls:
- 2 horizontale stroken rond de torso.
- 2 banden op de mouwen op borsthoogte.
- 2 banden op de broekspijpen 
 
Jassen, vesten en overgooiers:
- 2 horizontale banden rond de torso en, op dezelfde hoogte, rond de mouwen (eventueel aangevuld met een verticale strook over elke schouder tot aan de bovenste band op de torso).
- Of 1 horizontale band rond de torso en een verticale band over elke schouder; 2 horizontale banden rond de mouwen.

Broeken met borststuk en taillebroeken: 
- 2 horizontale stroken rond de broekspijpen.


Wat betreft de kleur heeft men de keuze tussen fluorescerend geel, rood en oranje-rood. Bovendien moet de gebruikte kleur bestand zijn tegen wrijving, wassen, transpiratie, droogkuis, heet persen en bleken.


Andere voorschriften voor het achtergrondmateriaal zijn:

- maatvastheid (<3% krimp)
- mechanische sterkte
- waterdicht
- doorlaatbaarheid van waterdamp
  

EN 470

alt
ISO 11611 (voormalig EN 470)
-
Beschermende kledij voor gebruik bij lassen en verwante processen


Deze norm omvat alle eisen die van toepassing zijn voor laskledij. Specifiek gaat het om kledij die bij normale temperaturen gedurende een ganse dag (8 uur) kan gedragen worden en bescherming biedt tegen kleine spatten gesmolten metaal, vlamcontact en UV-straling. Belangrijk is te weten dat deze norm niet geldt over beschermende kledij die bij speciale laswerkzaamheden gedragen wordt.

De ISO 11611 is de opvolger van de EN 470-1. De EN 470-1 kende geen klassering, dat is bij de ISO 11611 wel het geval. Om de klasse 1 te halen moet minimaal voldaan worden aan de eisen zoals uit de EN 470-1. Daarnaast zijn er ook minimale eisen gesteld aan de stralingsisolatie en de verticale elektrische doorgangsweerstand. De klasse 2 van de ISO 11611 vereist een hogere stralingsisolatie en het doek moet bestand zijn tegen een hoger aantal gesmoten metaaldruppels (minimaal 25) waardoor deze kleding een nog hogere bescherming biedt.

Aangezien er nog veel EN 470-genormeerde kledij in omloop is, is het toch belangrijk ook hier over uit te weiden. EN 470 valt steeds in risicoklasse II van de richtlijn 89/686/EEG en kent zoals reeds vermeld geen klassering zoals bij EN 531. Wel zijn er 2 testen waaraan de stof moet voldoen:

1. Vlamverspreiding (EN 531): materiaal 10sec. bevlammen waarna navlamtijd <2sec, nagloei <2sec, geen gatvorming en niet smelten.

2. Bescherming tegen metaalspatten (EN 348): min. 15 metaaldruppels.

Bovendien zijn voor zowel EN 470 als ISO 11611 een aantal modeleisen van toepassing:

- De kledij mag geen metaal aan de buitenzijde bevatten. 
- Alle buitenzakken moeten voorzien zijn van een klep die breder is dan de zak zelf. Uitzondering hierop zijn zakken onder de taille met een hoek minder dan 10° en duimstokzakken achter de zijnaad met een opening <7,5cm. 
- Het ontwerp moet het vangen van metaalspatten in plooien of naden vermijden.